7. Behandelvoorstel eerder behandelde patiŽnten

7.1 PatiŽnten die hebben gefaald op peginterferon-alfa en ribavirine

Genotype
Regime  (de behandelopties staan op volgorde van bewijslast weergegeven)

Non-cirrose (≤F3) bewijslast
Cirrose (CP-A) bewijslast
1a
•GLE/PIB 8
•VEL/SOF 12
•EBR/GZR 12
(als HCV RNA ≤800.000 IU/ml )
A1
A1
B1
•GLE/PIB 12
•VEL/SOF 12
•EBR/GZR 12
(als HCV RNA ≤800.000 IU/ml)
A1
A1
B1
1b
Aanbevolen
•EBR/GZR 12
•GLE/PIB 8
•LDP/SOF 12
•VEL/SOF 12

Alternatief
•PTV/rit/OBV+DSV 12
•DAC+SOF 12

A1
A1
A1
A1


A1
-
Aanbevolen
EBR/GZR 12
GLE/PIB 12 
LDP/SOF 12
VEL/SOF 12

Alternatief
PTV/rit/OBV+DSV 12

A1
A1
A1
A1


A1
2
Aanbevolen
GLE/PIB 8
VEL/SOF 12

Alternatief
DAC+SOF 12

A1
A1


-
•GLE/PIB 12
•VEL/SOF 12
A1
A1
3
VEL/SOF 12
(als geen baseline RAS aanwezig)
•GLE/PIB 12
•VEL/SOF/VOX 12
(als baseline RAS aanwezig of niet getest)
A1

B1
-
•GLE/PIB 16
•VEL/SOF/VOX 12
(als baseline RAS aanwezig of niet getest)
B1
B2
4
•GLE/PIB 8
•VEL/SOF 12
A1
A1
•GLE/PIB 12
•VEL/SOF 12
A1
A1
5
•VEL/SOF 12
•GLE/PIB 8
•LDP/SOF 12
B1
B1

-
•VEL/SOF 12
•GLE/PIB 12
•LDP/SOF 12
B1
B1
-
6
•VEL/SOF 12
•GLE/PIB 8
•LDP/SOF 12
B1
B1
-
•VEL/SOF 12
•GLE/PIB 12
•LDP/SOF 12
B1
B1
-
Indien er in de kolom EASL een ‘-‘ staat betekent dit dat deze optie niet door EASL wordt aanbevolen.

Afkortingen: DAC = daclatasvir, SOF = Sofosbuvir, LDP = Ledipasvir, PTV/r= Paritaprevir/ritonavir, OBV = Ombitasvir, DSV = Dasabuvir, VEL = Velpatasvir, GZR = Grazoprevir, EBR = Elbasvir, GLE = Glecaprevir, PIB = Pibrentasvir, VOX = Voxilaprevir.


7.2 PatiŽnten die hebben gefaald op DAA behandeling

Er is nog weinig ervaring met patiŽnten die gefaald hebben op een eerdere behandeling met een DAA. Wij adviseren om bij iedere patiŽnt die op DAA behandeling heeft gefaald, contact op te nemen met een expertise centrum voor advies en resistentiebepaling en verwijzen verder naar de EASL Recommendations on Treatment of Hepatitis C 2018 voor achtergrondinformatie. [2]

RAS testing: Bij keuze voor een nieuwe therapie na falen op een DAA, kunnen RAS (Resistance Associated Subsitutions) bepaald worden, deze kunnen de keuze voor nieuwe therapie ondersteunen (zie hoofdstuk 4 voor meer informatie). Overleg hiervoor met een expertise-centrum (AMC, EMC, UMCU).


index.html