4.  Resistentie bepaling
De precieze rol van resistentie bepaling in de klinische setting is (nog) niet geheel duidelijk en onderhevig aan discussie. Resistance Associated Substitutions (RAS) (voorheen aangeduid als RAV: Resistance Associated Variants) lijken de slagingskansen van behandeling vooral te beÔnvloeden bij behandelregimes die een NS5A remmer bevatten en in het bijzonder bij patiŽnten met genotype 1a of 3.
De richtsnoer commissie heeft ervoor gekozen om  het advies van de EASL richtlijn te volgen. Indien de mogelijkheid voor RAS bepaling aanwezig is en de resultaten op een juiste manier geÔnterpreteerd kunnen worden kan dit ondersteunen in de keuze voor een bepaald behandelregime met NS5A remmer en het wel of niet toevoegen van ribavirine. Voor patiŽnten met een genotype 1a of genotype 3 infectie die behandeld gaan worden met een NS5A-inhibitor, kan RAS-bepaling verricht worden. Indien de RAS bepaling niet uitgevoerd is  moet deze patiŽnt beschouwd worden als hebbende een RAS. Bij patiŽnten die gefaald hebben op behandeling met een DAA-regime adviseren we contact op te nemen met een expertise centrum (Amsterdam MC, Erasmus MC, UMC Utrecht), voor overleg over RAS bepaling en nieuw te starten DAA-behandeling.


index.html